3 september 2010

God in Frankrijk

God in Frankrijk is een tragikomedie voor drie acteurs geschreven voor de Parade, en werd voor het eerst opgevoerd in juli 2010 in het Westbroekpark te Den Haag, in een productie van Vecht Lach Werk & Bewonder theaterproducties.

de pers over God in Frankrijk

Eigenlijk zouden er op de Parade meer voorstellingen als God in Frankrijk moeten worden geprogrammeerd. De komische toneeltekst van Nathan Vecht met Raymonde de Kuyper en Paul R. Kooij als middelbaar echtpaar dat in de Dordogne het verharde klimaat van de Nederlandse maatschappij probeert te onvluchten, is een cadeautje tussen de vele jolige theateracts. Vecht grossiert in geestige oneliners (‘Wat ging er vooraf aan het moment dat je dacht, laat ik dit eens aanschaffen?’) die uitgesproken met het uitgestreken gezicht van de Kuper of de fanatieke strijdlust van Kooij, leiden tot even hilarische als pijnlijke momenten. Hier hebben de makers niet geanticpeerd op de welgezindheid van het publiek – dat zouden meer artiesten moeten doen. – Het Parool

synopsis
‘Als die malloot de verkiezingen wint, gaan wij emigreren!’, riepen Evert en Frida tegen iedereen die het maar wilde horen. En daar zitten ze dan.

God in Frankrijk is de tragikomische tirade van een echtpaar dat vanwege onvrede over de koers in eigen land naar Frankrijk is geemigreerd. Evert mag die dag zijn zegje doen op de vaderlandse radio. Maar wanneer de radio ontvangst weigert, en Frida verstrikt raakt in het joie de vivre, wordt de hulp van de klusjesman ingeschakeld. Touwtrekkend om de diensten van de Fransman, doen beide echtelieden een wanhopige poging om alsnog gehoor te vinden. Zij bij hem. Hij bij de wereld.

karakters
Evert (midden 50),  …………………………………………………………………Paul R. Kooij
Frida (midden 50), getrouwd met Evert……………………Raymonde de Kuyper
Monsieur Lefevre (midden 30), klusjesman……………Gerindo Kartadinata

regie: Gijs de Lange / Leopold Witte
dramaturgie: Marijn van der Jagt
vormgeving: Maarten Meester & Ard de Vries
kostuums: Floor Savelkoul
geluidsontwerp: Hanneke de Feijter
lichtontwerp: Janneke Lindner


Raymonde de Kuyper – foto: Sjoerd Kelderman

tekstfragment

Frida op.
De telefoon aan haar oor.

Nou, hier komt dus zo’n lange houten tafel waar allerlei mensen heel ongedwongen aan kunnen schuiven… ik loop nu dus zeg maar dwars door de tafel heen… ja, en dan… (houdt stil, frontaal richting publiek)… dan kom ik nu bij de reden waarom ik tegen Evert zei. Ho maar. Stop maar met zoeken. We zijn er.

O, nee. Als je een jaar geleden tegen mij had gezegd-… Nee, het was precies andersom.

De meeste mensen hebben een soort gebied, tussen wat ze denken, en wat ze uiteindelijk zeggen. Bij Evert is dat gebied een beetje verdwenen… Hij leeft sinds een aantal jaar in de veronderstelling dat hij zijn complete gedachtegoed moet delen met zijn omgeving… Zoiets ja. Maar dan zonder schelden.

Het afgelopen jaar riep hij tegen iedereen. ‘Als die malloot de verkiezingen wint, gaan wij emigreren!’… Is ook zo, maar Evert heeft het probleem dat hij zich altijd aan zijn woord houdt… Heb ik ook gezegd. Ik zei. Ga maar in je eentje. 

Je weet dat ik die uitjes coördineer van het Vlinderhof -… waar mijn moeder het laatste jaar van haar leven-… Precies. Hadden ze zo’n boottochtje over de Rijn. Ik weet ook niet wie dat bedenkt, want het is godsonmogelijk om al die rolstoelen op en af die-… Ja, ik denk dan, jongens, kom op. Dus ik zat hartstikke klem op die treeplank met zo’n blauwharig mevrouwtje. En ik dacht. Frida. Dit jouw moeder niet. Dit is de moeder van compleet iemand anders. En ik stond daar te wrikken en te doen, enorme toestanden. En ik dacht. Hoe zou het zijn. Even niet meer Frida die taalles geeft aan allochtonen, Frida die de klaarovermoeders aanstuurt, Frida die de buurtbarbecue aanzwengelt. Maar een keertje Frida die gewoon even helemaal niks.

Vanmiddag is hier het jeu de boulestoernooi. Normaal zou je zeggen. Frida. Je woont hier nu drie maanden. Ga daar even naar toe met Evert. Meng je onder je nieuwe buren. Maar ik ga daar nou eens even helemaal niet naar toe.

Monsieur Lefevre op. Hij wacht tot Frida klaar is met bellen. Frida ziet Lefevre niet.

Goed. Waar was ik. Heuvel, heuvel, heuvel. Dan graanvelden. Met kriskras allemaal van die rollen… nou, je begrijpt wat ik bedoel. Daar lavendel. Zo’n beetje glooiend. Onverhard kronkelweggetje. Kronkel, kronkel. En hier helemaal zonnebloem. En midden tussen die zonnebloemen ligt een wagenwiel-… Nee, gewoon los. Een beetje afgebladderd… mediterraanblauw… joekel van een wagenwiel. Normaal zou je zeggen. Jongens, ruim dat wagenwiel even op. Of leg het tenminste op een soort symmetrische plek. Maar nu denk ik. Laat maar lekker liggen. Laat maar lekker – Ho! En dan bots ik hier bijna tegen monsieur Lefevre aan. (tot Lefevre) Bonjour monsieur Lefevre.

Lefevre murmelt wat terug.

De klusjesman… Ja, een heel… authentiek mannetje. Misschien wel het authentiekste mannetje van de hele Dordogne…- Hoe is het bij jullie?

©nv